maandag 15 september 2014

Functie SNIJPUNT

In een werkblad zijn een aantal waarden aangebracht voor verschillende maanden. We wensen de parameter Snijpunt voor de vergelijking van de trendlijn via een formule te berekenen. Bij het aanbrengen van de trendlijn werd de formule reeds weergegeven. De vergelijking ziet er uit als y = mx + b. We bepalen de parameter b met behulp van de functie Snijpunt.


  • Klik in de cel H7.
  • Klik op het tabblad "Formules" in het lint.
  • Klik op het boek "Meer functies".
  • Klik op het boek "Statistisch".

  • Klik op de functie Snijpunt.
Het dialoogvenster "Functieargumenten" verschijnt. Het tekstvak "Y-bekend" is reeds geselecteerd.

  • Klik in de cel "C2".

  • Gebruik de sneltoetsen CTRL SHIFT pijltje-naar-beneden, om de gegevens te selecteren.

  • Plaats de cursor in het tekstvak "X-bekend".
  • Selecteer de cellen B2 tot B11.

  • Klik op "OK".

De waarde voor de parameter b van de trendlijn verschijnt in de geselecteerde cel.

vrijdag 12 september 2014

Functie LIJNSCH

In een werkblad zijn een aantal waarden aangebracht voor verschillende maanden. We wensen de parameter Lijnsch voor de vergelijking van de trendlijn via een formule te berekenen. Bij het aanbrengen van de trendlijn werd de formule reeds weergegeven. De vergelijking ziet er uit als y = mx + b. We bepalen de parameter m met behulp van de functie LIJNSCH.


  • Selecteer de cel H6.

  • Klik op het tabblad "Formules" in het lint.

  • Klik op het boek "Meer functies".
  • Schuif naar het boek "Statistisch".

  • Scroll naar "Lijnsch" en klik erop.
Het dialoogvenster "Functieargumenten" verschijnt. Het argument "Y-bekend" is reeds geselecteerd.

  • Klik in de cel C2.

  • Druk de toetsen CTRL, SHIFT en pijltjestoets naar beneden in.

  • Klik in het tekstvak "X-bekend".

  • Selecteer de cellen B2 tot B11.

De argumenten Const en Stat vullen we niet in.


  • Klik op "OK".
De waarde voor de parameter m van de vergelijking voor de trendlijn verschijnt in de geselecteerde cel.

woensdag 10 september 2014

VBA object Worksheets

In een vorig punt hebben we de VBA-code gezien om tekst te plaatsen in een cel van het geselecteerd werkblad via het object Cells of Range. In dit punt bespreken we het object Worksheets. We gaan verder met het vorige document "invullen.xlsm".
Met het object Worksheets kunnen we bepalen in welk werkblad de tekst gaat komen. In het punt van gisteren hebben reeds het werkblad "Invullen" aangebracht".

We selecteren het werkblad "Blad1".
  • Klik op onderaan op het werkblad "Blad1".

We brengen in de module "mdlInvullen2" een nieuwe subroutine "Invullen3" aan.
  • Gebruik de sneltoets ALT F11 om de terug naar de visual basic editor te gaan.
  • Plaats de cursor onder de subroutine "Invullen2".
  • Typ "Sub Invullen3".
  • Druk op de toets Enter.

Automatisch wordt de subroutine afgesloten met "End Sub".

  • Plaats de cursor tussen "Sub Invullen3" en "End Sub".
Om iets naar een bepaald werkblad te schrijven kan je het object "Worksheets" gebruiken.
  • Typ worksheets(
In een tip wordt een index gevraagd. Dit kan de naam van het werkblad zijn of een getal dat aangeeft het hoeveelste werkblad dit is.
Je kan ofwel worksheets("Invullen") gebruiken. Maar ook worksheets(2) is mogelijk.
We kiezen voor de naam van het werkblad. We wensen dat de tekst nu verschijnt in de cel A5.

  • Typ "Invullen").Cells(5,1).value = "Hier iets invullen"

We testen de code.
  • Plaats de cursor in de regel van sub Invullen3
  • Klik op de pictogram met groene pijl.

We gaan terug naar Excel. Het werkblad "Blad1" is nog steeds geselecteerd.

  • Klik onderaan op het tabblad "Invullen" om dit werkblad te selecteren.

We merken dat onze tekst in cel A5 is verschenen.

dinsdag 9 september 2014

Een nieuw werkblad Invoegen

In dit punt zien we ter voorbereiding van het volgend item, hoe we een nieuw werkblad kunnen invoegen.
  • Start vanuit een nieuw excel-werkmap of open een bestaand excel-werkmap.
Wij gebruiken het bestand "invullen.xlsm" van vorig punt.


  • Klik onderaan op het plusteken.
Een nieuw werkblad verschijnt met in ons geval de standaardnaam "Blad2". De naam van dit ingevoegd werkblad hangt af van hoeveel werkbladen er nog de standaardnaam bevatten.

We wijzigen de naam van het werkblad.
  • Dubbelklik op "Blad2" (of de naam van het ingevoegd werkblad".
  • Typ "Invullen".
  • Bevestig deze naam met de toets Enter.

maandag 8 september 2014

VBA - Object Cells

Naargelang de instellingen verschijnt er bij het openen van een document met vba-code bovenaan een waarschuwing. Om de code te kunnen gebruiken is het vereist om op de vermelding "inhoud inschakelen" te klikken.

In een vorig punt hebben we het object Range besproken, om iets weg te schrijven, in de cel van het werkblad. In dit punt bespreken we het object Cells. We gebruiken het vorig document "Invullen.xlsm".
  • Open het bestaand document "Invullen.xlsm" of start met een nieuw document.
  • Klik indien nodig op de knop "Inhoud inschakelen" bij het bestaand document.
  • Gebruik de sneltoets ALT F11 om de visual basic editor te openen.
We zien de vorige code staan dat zich bevindt in de module "mdlInvullen" omdat we van het bestand "Invullen.xlsm" zijn vertrokken. Bij een nieuw document is er nog geen enkele module noch code zichtbaar. De volgende stappen kunnen ook in een nieuw document worden toegepast. We brengen daartoe een nieuwe module aan.
  • Klik op "Invoegen" in de menubalk.
  • Klik op "Module".

In het venster met de eigenschappen verschijnt de standaardnaam "Module1" van deze module. We gaan dit wijzigen.

We wijzigen de standaardnaam "Module1".
  • Klik in het venster "Eigenschappen" naast de vermelding "(Name)".
  • Vervang door typen de standaardnaam "Module1" door "mdlInvullen2".

De volgende stap is enkel uit te voeren voor diegene die de vorige code zien voor het object Range. Wanneer je van een nieuw document start kan je de code onmiddellijk aanbrengen.
  • Dubbelklik in het venster "Project" op het item "mdlInvullen2"
We brengen rechts de code aan.
  • Typ "Sub Invullen2".
  • Druk op de enter-toets.

Automatisch verschijnt "End Sub".

  • Plaats de cursor boven de tekst "End Sub".
  • Typ Cells(
De syntax van dit object verschijnt. Er zijn twee parameters nodig. Een rijindex gevolgd door een kolomindex. Deze parameters zijn cijfers. Dus cel A1 komt overeen met rijindex 1 en kolomindex 1. Dus met Cells(1,1).

We wensen iets weg te schrijven in cel A3.

  • Typ 3,1).
Bij het object Range verschijnen de eigenschappen van het object. Bij Cells niet. We weten uit ervaring dat ook hier de eigenschap "Value" nodig is, om iets in de cel weg te schrijven.
  • Typ value = "tweede methode"
Merk op dat de tekst wordt geplaatst tussen "dubbele aanhalingstekens".

We kunnen deze code testen.
  • Klik bovenaan in de werkbalk op het pictogram met groene pijl.
De tekst "tweede methode" verschijnt in de cel "A3".

De tekst verschijnt in het geselecteerd werkblad. In een volgend punt gaan we bepalen in welk werkblad de tekst tevoorschijn komt.

vrijdag 5 september 2014

Functie Richting

In een werkblad zijn een aantal waarden aangebracht voor verschillende maanden. We wensen de parameter richting voor de vergelijking van de trendlijn via een formule te berekenen. Bij het aanbrengen van de trendlijn werd de formule weergegeven. De vergelijking ziet er uit als y = mx + b. We bepalen de parameter m met behulp van de functie Richting.
  • Selecteer cel H5.


  • Klik op het tabblad "Formules" in het lint.

  • Klik op het boekje "Meer Functies".
  • Klik op het boekje "Statistisch".

  • Klik op de functie "Richting".

Het dialoogvenster "Functieargumenten" verschijnt. Het vak "Y-bekend" is reeds geselecteerd.

We selecteren de waarden via een sneltoets.
  • Klik in de cel "C2".

  • Gebruik de sneltoetsen CTRL SHIFT Pijl-naar-beneden.

  • Klik in het vak "X-bekend".
  • Selecteer de cellen B2 tot B11.

  • Klik op de knop "OK".