woensdag 18 september 2013

Dubbele waarden verwijderen

We vertrekken terug van het personeelslijstje.

We wensen een lijst te bekomen op een nieuw werkblad van de unieke afdelingen.

We maken eerst een nieuw werkblad.
  • Klik onderaan op het plusteken naast het werkblad "Personeel".

Er verschijnt een nieuw werkblad met een standaard naam. Hier is dit "Blad1".

We wijzigen vervolgens deze standaardnaam.
  • Dubbelklik op de naam "Blad1".
  • Typ "Afdelingen" en bevestig dit met de enter-toets.

We selecteren de verschillende afdelingen in de databank personeel.

  • Klik op de cel met de eerste afdeling in de lijst.
  • Met de sneltoets CTRL SHIFT Pijltje naar beneden selecteren we alle afdelingen zonder dat we hoeven te slepen.
  • Met de sneltoets CTRL C kopiëren we deze afdelingen.

  • Selecteer de cel "A1" van het werkblad "Afdelingen".

  • Met de sneltoets CTRL V verschijnen de afdelingen.
Nu kunnen we de dubbele afdelingen laten verdwijnen via de opdracht "duplicaten verwijderen".
  • Selecteer de eerste afdeling.



  • Klik op het tabblad "Gegevens" in het lint.
  • Klik op de opdracht "Duplicaten verwijderen" in de zone "Hulpmiddelen voor gegevens".
Het dialoogvenster "dubbele waarden verwijderen" verschijnt.

De standaardwaarden zijn hier correct.
  • Klik op "OK".
In het dialoogvenster "Microsoft Excel" wordt vermeld hoeveel dubbele waarden er waren en hoeveel waarden er over blijven.

  • Klik op "OK".
De unieke 3 afdelingen blijven over.

maandag 16 september 2013

Functie Vergelijken en ALS.NB

De functie vergelijken laat je toe om te testen of een waarde in een bepaalde kolom aanwezig is. Naargelang de waarde van het derde argument bekom je op welke plaats de waarde zich bevindt. Indien de waarde niet voorkomt bekom je de waarde #NB. Hierop kan je bijvoorbeeld testen met de functie ISNB of de nieuwe functie in 2013 ALS.NB om zo een bepaalde tekst te laten verschijnen ipv #NB.

Als voorbeeld gaan we twee tabellen vergelijken. In de eerste tabel bevinden zich de aangekochte goederen. In de tweede tabel de verkochte goederen. We gaan na welke goederen reeds verkocht zijn. Elk product heeft een uniek artikelnummer. Indien het produkt is verkocht dan staat het artikelnummer in beide tabellen.



  • Maak bovenstaande tabellen in een werkblad.
  • Selecteer de cel "E3".
  • Selecteer het tabblad "Formules".
  • Klik op het boekje "Zoeken en verwijzen".
  • Klik op de formule "Vergelijken".

Het dialoogvenster "Functieargumenten" verschijnt. We vullen de argumenten in. We wensen bijvoorbeeld te weten of de printer met artikelnummer 1002 reeds is verkocht.


  • Plaats bij het eerste argument "Zoekwaarde" het adres A3 voor de cel met het artikelnummer voor de printer.
  • Plaats bij het tweede argument "Zoeken-matrix" het bereik voor de eerste kolom van de tabel "Verkoop".

We bekijken eerst de informatie uit de help, om het derde argument "Criteriumtype-getal" te kunnen invullen.

  • Klik op de link "Help-informatie over deze functie".

  • Schuif naar de onderstaande tabel.

  • Voor "Criteriumtype-getal vullen we een 0 in.
  • Klik op "OK".
  • Voer de functie door naar beneden via de vulgreep.

Indien een artikel niet is verkocht dan verschijnt #NB (Niet Beschikbaar). Indien het artikel wel is verkocht dan verschijnt er een cijfer. Dit cijfer komt overeen met de positie van het artikel in de tabel "Verkoop".

Via de functie ALS.NB gaan we de melding #NB vervangen door de tekst "Nee".

  • Maak de cel "E3" leeg via de Delete-toets.
  • Selecteer het tabblad "Formules".
  • Klik op het boekje "Logisch".
  • Klik op de formule "ALS.NB".

Het dialoogvenster "" verschijnt.

  • Plaats reeds "nee" in bij "Waarde als nvt".
  • Plaats de cursor in het eerste argument "Waarde".
  • Klik op het keuzelijstje "Naamvak" om aldaar de formule "Vergelijken" op te halen.
  • Klik op de formule "Vergelijken".

  • Plaats bij het eerste argument "Zoekwaarde" het adres A3 voor de cel met het artikelnummer voor de printer.
  • Plaats bij het tweede argument "Zoeken-matrix" het bereik voor de eerste kolom van de tabel "Verkoop".
  • Voor "Criteriumtype-getal vullen we een 0 in.
  • Klik op "OK".
  • Voer de functie door naar beneden via de vulgreep.




vrijdag 13 september 2013

Tekst Importeren - VBA Excel

We hebben een tekstbestand waarin de gegevens staan voor onze personeelsleden.

We gaan dit bestand in excel openen.
Omdat we dit wekelijks doen gaan we hiervoor een macro opnemen.
Standaard is er een tabblad voor het lint verborgen.
We gaan eerst dit tabblad zichtbaar maken.
  • Start het programma Excel.
  • Klik op het tabblad "Bestand".
  • Klik op "Opties".


  • Klik op het item "Lint aanpassen".
In de rechtse kolom is voor het item "Ontwikkelaars" het vierkantje leeg.
Hierdoor is dit tabblad niet zichtbaar.


  • Klik op het leeg vierkantje bij "Ontwikkelaars".
  • Klik op OK.
  • Klik op het tabblad "Ontwikkelaars".

Vooraan zie je de opdrachten die we kunnen gebruiken indien we een macro gaan opnemen.


Tijdens de opname worden alle handelingen automatisch vertaald naar de programmeertaal Visual Basic.
Ook onderaan in de taakbalk is er een pictogram verschenen om een macro op te nemen.


  • Klik op de opdracht "Macro opnemen".

Het dialoogvenster "Macro opnemen" verschijnt.

De opdracht bovenaan is nu gewijzigd in "Opname stoppen".

Onderaan in de taakbalk is een vierkantje verschenen, waarmee je ook de opname kan stoppen.
Bovenaan komt de naam van onze opname.
Standaard werd hier "Macro1" vermeld.
Deze naam kan geen spaties of bepaalde leestekens bevatten.

  • Typ mcrTekst in het vak "Macronaam".
Je kan voor de uitvoering van deze macro een sneltoets voorzien.
Merk op dat je bepaalde sneltoetsen zoals bijvoorbeeld CTRL C niet kan gebruiken.
We wensen de sneltoets CTRL SHIFT T te voorzien.
  • Klik in het vakje bij "Sneltoets".
  • Druk de Shift toets tesamen met T in.
Vervolgens kan je aanduiden waar dat de macro wordt opgeslagen.
Er zijn drie mogelijkheden waaruit je kan kiezen.
Met deze werkmap wordt de code in het huidige document aangebracht.
Deze code is slechts beschikbaar in het huidig document zelf.
Op jouw computer is er het bestand "Personal" aanwezig.
De code die hierin wordt aangebracht is altijd beschikbaar indien excel wordt opgestart.
Tenslotte wordt bij "Nieuw werkmap" deze opname aangebracht indien een nieuw document wordt gemaakt.

  • Selecteer "Deze werkmap" bij "Macro opslaan in".
Onderaan is er nog een leeg tekstvak om extra commentaar aan te brengen dat verband houdt met de code.
  • Breng een tekst aan bij "Beschrijving".
Je kan eventueel de "Visual Basic Editor" starten om stap voor stap de bekomen code te bekijken

Dit kan via het tabblad "Ontwikkelaars" of de sneltoets ALT + F11.
Links is standaard de ProjectVerkenner aanwezig.
Via "Beeld" in de menubalk kan je indien nodig dit venster oproepen.
In excel is er een bestand "Map1" gecreëerd. Hierin is nu een mapje "Modules" aangebracht.
De code wordt weggeschreven in "Module1" bij "Modules".


  • Start de Visual Basic Editor.
  • Open de map "Modules".
  • Dubbelklik op de naam "Module1", om het blad met de code te zien.

Nu kunnen we alle handelingen uitvoeren om een tektsbestand te openen.
Al deze handelingen worden omgezet naar visual basic code.
  • Keer terug naar het excel-werkblad.
  • Klik op "Bestand".
  • Klik op de opdracht "Openen".
  • Klik op "Computer".
  • Klik op "Bladeren".




Het dialoogvenster "Openen" verschijnt.


onderaan is "Alle Excel-bestanden" aangeduid.

Dit is een filter. Hierdoor worden enkel excel bestanden getoond die zich in de geselecteerde folders bevinden.
Omdat we een tekstbestand wensen te selecteren is het vereist dit aan te passen.
In ons geval staan de gegevens in het tekstbestand "Personeel.txt" in de folder "Excel" onder "Documenten".
  • Wijzig "Alle Excel-bestanden" door "Tekstbestanden".
  • Selecteer de folder met het tekstbestand.
  • Duid het tekstbestand aan.
  • Klik op "Openen".
Het dialoogvenster "Wizard Tekst Importeren stap 1 van 3" verschijnt.

Standaard is het keuzerondje "Gescheiden" aangeduid.
In ons geval is dit correct. In het tekstbestand kan je zien aan het koppelteken "-", hoe de informatie is verdeeld in kolommen.
In het tekstbestand zijn eveneens de titels aangebracht.


  • Zet een vinkje bij "Mijn gegevens bevatten kopteksten".
  • Klik op "Volgende".

In het volgende venster kan je het "scheidingsteken" aanduiden.

In ons geval is het koppelteken "-" het scheidingsteken.
Er worden verschillende scheidingstekens voorgesteld. Echter ons scheidingsteken "-" staat er standaard niet bij.

Onderaan zie je dan onmiddellijk of de indeling in kolommen correct is.

  • Plaats een vinkje bij "Overige".
  • Typ "-" in het vakje bij "Overige".
  • Klik op "Volgende".
In het derde dialoogvenster kan je het gegevenstype per kolom instellen.

We veranderen de standaard enkel voor de kolom met data.
Voor de eerste persoon is de datum in het tekstbestand voorgesteld als "4/22/1990".
Dit is de notatie "MDJ" (maand dag jaar).
  • Selecteer de kolom met data.
  • Stip "Datum" aan.
  • Kies "MDJ" bij "Datum".



In het tekstbestand is er een punt aanwezig bij de lonen. Ook dit gaan we controleren.
Indien er een komma als kommanotatie staat dan worden onze lonen teksten na importeren.

  • Klik op het knopje "Geavanceerd...".
Het dialoogvenster "Geavanceerde instellingen voor tekst importeren" verschijnt.



  • Plaats een "." bij "Decimaalteken".
  • Plaats een "," bij "Scheidingsteken voor duizendtallen".
  • Klik op "OK".
  • Klik op "Voltooien".

Het tekstbestand wordt nu in een apart werkblad getoond. In de visual basic editor kan je de code bekijken.


Je kan deze code verder aanvullen met andere handelingen. Bijvoorbeeld de namen alfabetisch rangschikken.


  • Selecteer een willekeurig naam uit de databank.
  • Ga naar het tabblad "Gegevens".
  • Klik op de opdracht "Oplopend sorteren".

Indien alle handelingen zijn uitgevoerd, kan je de opname beëindigen.<:p>

  • Klik op het knopje "Opname stoppen".

Via het knopje "Macro's" krijg je een overzicht van alle opnames.


Je kan een opname selecteren en dan klikken op het knopje "Uitvoeren". De sneltoets kan je achterhalen via het knopje "Opties".


Je kan eventueel ook de macrobeveiliging controleren.

In ons geval worden de macro's uitgeschakeld via een melding. Je kan ook in een werkblad een formulierknopje aanbrengen dat je kan selecteren onder "Invoegen" in het tabblad "Ontwikkelaars".
  • Klik op "Invoegen" in het tabblad "Ontwikkelaars".
  • Klik op het element "Knop" bij de "formulierbesturingselementen"
  • Ga naar het werkblad.
  • Breng een knop aan door slepen.

Het dialoogvenster "Macro toewijzen aan object" verschijnt. Nu kan kiezen welke opname er uitgevoerd mag worden als er later op deze knop wordt geklikt.


  • Duid de opname "mcrTekst" aan.
  • Klik op "OK".
  • Wijzig de standaardnaam in de knop door "Importeren".
  • Klik naast de knop.

De knop is nu aktief en kan uitgeprobeerd worden.